Tips #237 - Bijdrage van onze partner Capra advocaten: Declareren kun je leren

Per 1 januari 2020 wordt de rechtspositie van de meeste ambtenaren fors gewijzigd. Weliswaar blijft de ambtelijke status bestaan, doch ten gevolge van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) zijn er zeer veel wijzigingen op komst, zowel wat betreft de toepasselijke wettelijke regelingen als de arbeidsvoorwaarderegelingen en het procesrecht.

Wat niet verandert, is dat strenge integriteitsregels gelden bij overheid, onderwijs en zorg. Zowel onder de oude als de nieuwe Ambtenarenwet geldt een verplichting voor overheden om een integriteitsbeleid te voeren en regels ter zake vast te stellen. Die regels gelden voor ambtenaren, bestuurders en (andere) politiek ambtsdragers. Voor de ambtenaren is van belang dat zij na 1 januari 2020 met een andere rechter worden geconfronteerd, namelijk de civiele rechter in plaats van de bestuursrechter. Als we de bestaande jurisprudentie van beide rechters vergelijken, dan valt op dat de benadering behoorlijk kan verschillen. Het lijkt er soms op dat de civiele rechter ervan uitgaat dat een werknemer alles mag wat niet expliciet is verboden en dat de bestuursrechter uitgaat van de benadering dat een ambtenaar heus wel weet wat wel
en niet mag, zonder dat er duidelijke regels zijn.

Is de civiele rechter bereid om met een schuin oog te kijken naar de jurisprudentie van de ambtenarenrechter in vergelijkbare zaken?

Er zijn uitspraken van civiele rechters die de wenkbrauwen van  overheidswerkgevers doen fronsen. Aardig is bijvoorbeeld een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over een ruimhartig declarerende medewerker die op creatieve wijze invulling gaf aan de mogelijkheden tot het declareren van lunches en diners. Weliswaar gold er een uitvoerige regeling bij zijn werkgever (SKF) met als veelzeggende titel ‘Declareren, dat doe je zo’, doch het Hof vond deze niet duidelijk. Zo was er volgens het Hof niet duidelijk omschreven wat als
lunch of avondmaaltijd moest worden beschouwd, zodat de invulling daarvan ter vrije bepaling van de werknemer stond: “Indien SKF van mening zou zijn geweest dat bepaalde eet- en drinkwaren niet zouden mogen vallen onder de noemer lunch of avondmaaltijd, dan had zij hiervoor nadere regels moeten opstellen.”, aldus het Hof.

Ondanks het feit dat de declaraties op zijn minst dubieus waren, dat betrokkene een aantal malen maaltijden had gedeclareerd die hij tezamen met zijn gezin had genuttigd en dat hij zichzelf in het kader van het onderzoek had tegengesproken, bleef het ontslag op staande voet niet in stand.

Daar staat tegenover een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over een strafontslag vanwege onder meer het declareren van 1,075 kg appels als lunch. Ook hier stelde de betrokkene dat niet helemaal duidelijk was wat gedeclareerd mocht worden. De Raad maakte daar korte metten mee. Volgens hem is een kilo appels evident géén lunch: “Voor zover appellant heeft gesteld dat hij er niet van op de hoogte was wat nu wel of niet mocht worden gedeclareerd, is de Raad van oordeel dat dit hem niet vrijpleit.”

Groot gewicht hechtte de Raad aan de eigen verantwoordelijkheid van de medewerker. Ook de gebrekkige controle speelde geen rol van betekenis: “Dat bij eerdere controle de onjuistheid van declaraties wellicht voor een groot deel had kunnen worden onderkend, vormt onvoldoende grond voor een ander oordeel.”, aldus de Raad. 

Eén van de vragen die zich na 1 januari 2020 voordoen, is of de civiele rechter bereid is om met een schuin oog te kijken naar de strenge jurisprudentie van de ambtenarenrechter in vergelijkbare zaken. Voor overheidswerkgevers is vooral van belang dat zij vóór 1 januari 2020 nog eens goed moeten kijken naar hun bestaande integriteitsbeleid en de schriftelijke vastlegging daarvan. Zij moeten rekening houden met de strenge eisen die in de arbeidsrechtelijke jurisprudentie worden gesteld op dit punt.

Terug naar overzicht